FF OM DE HOEK GLUREN.

Het voelt wel zo, als je de zuidelijke uitgang van het kanaal du Four uitkomt en op Camaret af stevent. Hoe anders is het als op veilige afstand van het land de beruchte Golf van Biscaye oversteken, ver van gevaarlijk uitziende rotsen en onverwacht sterke stromen. Je moet er toch niet aan denken, dit zonder de hulp van de kaartplotter te moeten doen. Toch is het nog niet erg lang geleden dat  er hier, zonder hulp van satellieten gewoon druk gevaren werd. De twee keer dat ik naar La Coruna  overstak, heb ik er wel voor gezorgd geen land in zicht te krijgen en dan mis je wel wat. Het is hier wel erg mooi! Maar eng blijft het, met brekers op de rotsen waar je in water van 20 meter diepte langsheen schuift. Lijkt het nu zo of gaan we er, ondanks dat we er van weg sturen, toch recht op af. Die vermaledijde stromen hier bezorgen je kippenvel. Gelukkig zijn er hele stukken waar je lekker ontspannen kunt varen en zijn alleen de plaatsen waar je ergens tussendoor vaart het moeilijkst.

We vertrekken uit Camaret

We vertrekken uit Camaret

Na het weekje Camaret varen we naar Loctudy. Een gezellige haven en een mooi stadje. We worden onderweg hierheen wel even met de neus op de feiten gedrukt, als blijkt dat de stoom in de Raz De Sein veel sterker is dan we verwachten. En het is toch potverdikke nog lang geen spring! We leren het nog wel eens! Vier zeemijl is een eind, als je gemiddeld over de grond twee knopen voortgang boekt.

Loctudy, een echte aanrader

Loctudy, een echte aanrader

De volgende halte is Ile de Groix, een klein eiland voor de ingang van de zeehaven Lorient. Hier willen we een paar dagen blijven. Berichten van het thuisfront hebben ons doen besluiten van hieruit naar het noorden te trekken, op huis aan. We monteren het beeldmateriaal dat we op weg hierheen schoten, met één camera net onder het wateroppervlak en een andere vanaf het voordek. Het resultaat staat ondertussen op Utube.

Op de terugweg naar Loctudy vergapen we ons, vlak voor we binnenlopen in de haven, aan vier startvelden optimisten. Het moeten er zeker honderden zijn, die hier aanstonds gaan strijden om het een of andere kampioenschap. We vinden een goed plekje aan de passantensteiger en genieten opnieuw een poosje in deze regelrechte aanrader. Dankbaar maken we gebruik van de gratis uitleenfietsen die de haven beschikbaar stelt. Handig voor de boodschappen en het verkennen van dit oord.

Optimisten strijden om het kampioenschap

Optimisten strijden om het kampioenschap

Om zo goed mogelijk gebruik te maken van het tij, het verhaal van die ezel en die steen, weet je, lassen we een éénnacht stop in Audierne in, op zo’n 10 mijl van de Raz De Sein. Van daaruit is goed te timen, direct bij het omgaan van de stroom voor de deur klaar te liggen en er dan als een speer  doorheen te vliegen. Dit lukt zo verdraaid goed, dat we de stop in Camaret schrappen en meteen doorzetten naar Chenal du Four. Dat is nog eens een ruk. Met snelheden tot wel in de dubbele cijfers schieten de rotsen voorbij en lopen we eerder dan we dachten binnen in het ons zo vertrouwde L’Aber Wrac’H. Nu eerst maar eens tot rust komen, hoewel de bezoekjes aan de markt, de super in Landéda boven op de berg en het fietstochtje waar Nelly me toe aanzet richting L’Aber Benoit, trekken een zware wissel op mijn conditie. Veel wordt goedgemaakt door het heerlijke etentje in ons favoriete eethuisje ter plaatse.

Het ons zo vertrouwde L'Aber Wrac'H

Het ons zo vertrouwde L’Aber Wrac’H

Over het stuk terug naar Roscoff valt niet veel meer te zeggen, dan dat het een droevige ervaring was. De tot vrijwel de doorvaart bij Ile de Batz aanhoudende druilerige regen, de wind die ver achterblijft  bij de voorspelling en een zee die onevenredig hol staat. Het begon al bij het afsnijden van de bocht tussen de rotsen door. Het slechte zicht, de brekers op de rotsen net naast de boot en het alles overstemmende bulderende water. Echt een kolfje naar de hand van Alfred Hitchcock, die zou hier wel wat van weten te maken. Maar de was is gedraaid, Nelly is al voor haar tweede trip met de gratis toeristenbus naar de supermarkt en morgen trekken we verder.   

Door de miezerregen naar Roscoff

Door de miezerregen naar Roscoff

Heenreis is de witte lijn en terugreis de rode lijn.

Heenreis is de witte lijn en terugreis de rode.

Heenreis wit en terugreis rode lijn.

             

KEIEN, Keien en nog eens keien!

Keien, keien en nog eens keien!

Keien, keien en nog eens keien!

In alle maten en vormen overheersen keien de kusten van Bretagne. Het verhaal gaat dat de lieve Heer, toen hij klaar was met het scheppen van de aarde,  nog behoorlijk wat keien over had en ze toen maar rondom het schiereiland   Finistere in zee heeft geknikkerd. Een schone opruiming, welke door de jaren heen de navigators, die deze wateren bevoeren, tot wanhoop leidde! 

Fiets ophalen bij hoog water.

Fiets ophalen bij hoog water.

Bijna twee weken hebben wij geen last van die keien en zijn onze enige hindernissen het bij laag water beklimmen van de brug, die de steiger met de wal  verbindt. Dan worden er eindelijk een paar rustig weer dagen verwacht, met wind uit meer noordelijke richting. Nou ja wind? Dat wordt dus de hele dag luisteren naar het vredig snorren van de motor. Samen met een goeie timing, die maakt dat de hele trip de stroom ons een handje helpt, bereiken we al vroeg in de middag de zeer moderne jachthaven van Roscoff.  De druilerige regen van de laatste paar uur maakt dat we pas kort voor we naar binnen varen de haven kunnen zien. Weer bewijst de kaartplotter zijn geweldige nut. Dat is met de vislijn een ander verhaal, daar hoeven we vandaag niet over op te scheppen.

Kanaal langs Ile de Batz

Kanaal langs Ile de Batz

Omdat er verwacht wordt dat er over twee dagen wat meer wind komt, die bovendien ook nog uit de goeie richting moet gaan blazen, blijven we een dagje extra. Ik maak hier dankbaar gebruik van, want het persoonlijk onderhoud is wat achterstallig, wegens mijn afkeer van de trek maar aan het touwtje douches van Treguier. 6 juli gaan rond 9.00 uur de trossen los en sturen we op de ingang van het kanaal tussen Roscoff en Ile de Batz af.  Met hoog water en de stroom mee, is de passage een fluitje van een cent. Dan op eerbiedige afstand van de keien, varen we op de drie Abers af. We hebben nu al zo vaak gehoord dat de middelste de mooiste moet zijn en gaan bij het merkteken, vanwaar nog te kiezen is, op l`Aber Benoit af. Wat een goede keus blijkt, als we aan één van de vele vrije mooringen hebben vastgemaakt en om ons heen kijken. Wat is het hier ontzettend mooi! Toch gaan we er de volgende dag alweer vandoor. Met al die horror stories in m’n achterhoofd over het Chenal du Four, wil ik de verwachte windstilte benutten om stilletjes tussen de meest westelijke punt van Frankrijk en het eiland Ouessant door te glippen.

l`Aber Bernoit

l`Aber Bernoit

Dat ik daar zo tegenop heb gezien. Ik bedoel het Chenal du Four, het moet hier bij harde wind tegen  stroom een hel zijn. Wij varen er door zonder wind, met half tij over een spiegel glad zeetje, waarop slechts nu en dan een wat vreemde tekening op het wateroppervlak laat zien dat er echt wel wat stroom meeloopt.   

Chenal du Four

Chenal du Four

Als we het kanaal uit komen worden we begroet door twee dolfijnen, die het echter al snel voor gezien houden. Voor ons ligt, nog wat vaag, ons einddoel voor vandaag. De stroom is ondertussen tegen gaan lopen en maakt dat we zo’n twee uur doen over het laatste stukje naar Camaret. Er is hier van alles te doen in de aanloop naar de 14e juli, het weer is knudde en als je een week blijft krijg je hier een forse korting op de havengelden. Moesten we maar doen, dat weekje bedoel ik!  

Weekje Camaret, niet gek toch!

Weekje Camaret, niet gek toch!

Van Treguier naar Camaret.

Van Treguier naar Camaret.