Terug in Kamperland

Vandaag binnengelopen in onze thuishaven. Koud, nat en ook wel wat droevig. Geen happy end van de  droomreis, waar we vier weken geleden vol goede moed aan begonnen.  Maar het jaar is nog niet om en als de zorg voor de ouders van Nelly op korte termijn goed op de rails komt, zijn we zeker nog niet uitgezeild, misschien wat minder ver, maar daar gaat het niet om.

Eergisteren voeren we van Duinkerke naar Blankenberge, waarbij maar even de genua uitgerold werd. Te weinig wind. Dus vijf uur boeke, boeke, boek. Dan het hopeloze weerbericht van gisteren, dat een extra nachtje Blankenberge betekende en nu dus Kamperland. We kijken niet om en gaan als de gesmeerde bliksem werken aan een plan om van 2014 opnieuw een goed en onvergetelijk zeiljaar te maken!

Nat, natter, natst.

Nat, natter, natst.

Pitsstop in Boulogne sur mer

De hele reis.

De hele reis.

In  Le Tréport zijn we een dagje blijven hangen, om van de schrik te bekomen en wat van dit leuke oord te bekijken. Dan tussen de buien door, deels zeilend, deels de motor bij naar Boulogne sur Mer. Ons al maar afvragend, waar met zo weinig wind, toch die hoge golven vandaan komen. Zou de storm over Biscaye  zo ver doorrollen?  Ons verblijf in Boulogne heeft veel weg van een pitsstop. Water en diesel tanken olie verversen na eerst, 15W40 inkopen bij een werkplaatsje, waarvan de activiteiten in Nederland al lang door de ARBO zouden zijn stilgelegd. Gewoon uit het vat. Dan ook maar meteen het oliefilter vernieuwd. Ondertussen gaat Nelly om brood bij die aardige vrouw van de Boulangerie en een volle rugzak van de super. Ook draaien er voor ons twee wasmachines en later drogers.  Zo denken we Kamperland wel te kunnen halen. Vandaag om 6.30 uur losgemaakt en over een zee die al maar ruwer wordt, op Cap Gris Nez af. Omdat de gemiddelde wind van zo’n 10 knopen, uitschieters vertoont van soms wel 19 , maar gelukkig schuin van achteren komt, lopen we als een speer en liggen om 14.15 uur vast in Duinkerke. Ruim op tijd omdat later hevige buien losbarsten.  

 

De ROYALIST lag ook in Boulogne

De ROYALIST lag ook in Boulogne

       

Op de terugweg

Uitgang Beaucette marina

Vertrek Beaucette marina

Maandag, 19 mei, staat er om 9.00 uur genoeg water boven de sill van Beaucette marina en varen we uit. Een prima tijd om optimaal gebruik te maken van de stroom in de Race of Alderney, zo’n twee uur varen hier vandaan. We zijn benieuwd hoe het zal gaan zo vlak na springtij. Gelukkig alles gaat voorspoedig en we zien Cherbourg al na vier en een half uur varen, zij het vaag, aan stuurboord liggen. We varen een koers evenwijdig aan de scheepsvaartroute en op veilige afstand hiervan. Zodoende blijven we ruim verwijderd van Pointe de Barfleur, waaraan we niet zulke beste herinneringen hebben. Er volgt een nacht die we ook niet snel zullen vergeten. Motregen, afgewisseld door stortbuien voorafgegaan door windstoten . In de buien valt de wind helemaal weg en de motor houdt ons gaande. We rollen vreselijk en van slapen komt niet veel terecht. Wel rusten we wat uit, als de vaarzorg door de ander wordt overgenomen. Als ik het weer eens van Nelly kom overnemen, zit ze binnen te schuilen voor alweer een periode van stortregen. Paladijn slingert zo erg, dat het een hele toer is naar buiten te klauteren. Meteen drijfnat, ontdek ik dat Nel gelijk heeft met haar, er is niks te zien. Het heeft wel wat spookachtigs, die inktzwarte duisternis, met die door de stomende regen vertekende lichtbundels van de navigatieverlichting en verder niets, helemaal niets, dat wil zeggen wel regelmatig een bliksemflits, maar gelukkig ver weg. Ik besluit wat zeil te gaan zetten, om het rollen te verminderen. Er is op het moment wat wind, maar opnieuw echter van korte duur dus opdoeken maar weer en doorrollen. Wim kijk eens op de plotter, verdorie de AIS valt uit, net nu we blind rondvaren en o wat is de dageraad nog ver. Het achttal schepen dat ruim aan bakboord met ons opvaart is van het scherm verdwenen. Dan zie je toch hoe snel je aan al dat moderne speelgoed went, of sterker noch, er van afhankelijk wordt. Toen AIS en GPS nog uitgevonden moesten worden voeren we toch ook al. Toen bekommerden we ons over een schip, als het in zicht kwam. Nu al als we weten dat het achter de horizon aanwezig is. Goed we hebben het er maar niet meer over, omdat het maar beter is dit soort nachten zo snel mogelijk te vergeten. Wel zijn we blij dat, als de hele feestwinkel uit- en opnieuw aangeschakeld wordt, alles het weer doet. Als het begint te dagen en in het oosten weer een wolkenlucht zichtbaar wordt, komen we nog één keer in een fikse onweersbui terecht, waarvan de ontladingen dichterbij zijn dan me lief is. We besluiten niet door te zetten naar het geplande Boulogne sur mer, maar af te buigen naar Le Tréport. Na dertig en een half uur varen, waarin ca. 160 zeemijlen werden afgelegd, liggen we in de sluis. Voor vandaag hebben we ons portie wel gehad.

Aankomst in L:e Treport

Aankomst in Le Treport

 

S.O.S. uit Vlissingen

Kaart 02

Na een dag van 12 uur op de motor, vullen we het gat van 70 zeemijlen tussen Le Havre en Cherbourg. Vergeefs probeer ik een vis te vangen voor in de aardappelsalade, waar Nelly maar vast aan is begonnen. De salade is ook heerlijk met de krab uit blik, die de niet gevangen vis is komen vervangen. Aangekomen in Cherbourg gaan we op de kleine rede, even benoorden de jachthaven, voor anker. De windstilte van overdags houdt ook ’s nacht aan en we rollen enkel als er een visserman uit vaart. We mogen uitslapen, omdat het tij maakt dat we pas na twaalf uur kunnen vertrekken. Met de stroom tussen Cap de la Hague en Alderney moet je terdege rekening houden. We moeten er dan ook niet aan denken dat de we de stroom, bij het ronden van de kaap, tegen zouden hebben. Terwijl we door het water hooguit vijf knopen halen, lopen we over de grond tot tegen de elf. Zo hard zelfs dat we, als het ware, onszelf inhalen. Deze vreemde situatie doet het voorzeil inklappen en we rollen het in. Over een zee waarop, door de zes knopen stoom, de vreemdste voorstellingen ontstaan. Van alle kanten komende golven en draaikolken, afgewisseld met spiegelgladde vlakken die samen de boot dan weer stuur-, dan weer bakboord uit van koers doen raken. We zijn blij dat het rustig weer is en de wind de zelfde richting heeft als de stroom. Stel je voor dat je hier in harde wind tegen stroom zou zijn. Daar moeten we maar even niet aan denken. Nu is het eigenlijk een fluitje van een cent in de beruchte RACE OF ALDERNEY.

Hoe anders het kan lopen in het leven ontdekken we als we, aangekomen in de beschutting van Beaucette marina op Guernsey, verbinding maken met internet. Er is een E-mail bericht binnen gekomen, waarvoor we allebei al bang waren. Het gaat helemaal niet goed met de ouders van Nelly. Haar vader is opgenomen in het ziekenhuis en hij is één van de pijlers onder de zorg voor haar moeder. Nelly zal node gemist worden bij de verzorging en wil gaan helpen. Hoewel het mij de grootste moeite kost om dit één, twee, drie te verwerken, moet ik toegeven dat het eigenlijk niet anders kan en het besluit wordt genomen. We breken de reis af en gaan terug!

Hier eindigt, in elk geval voor nu, ons verhaal over nog één keer een lange zeilreis maken en begint het verhaal over wat we nu gaan doen. Dat plan is nog niet geboren. In elk geval is het op zee toch gebruikelijk een S.O.S. niet te negeren.

DSC_0701
Ingang Beaucette marina.

Fuiken en buiken

Negen dagen maar liefst lagen we verwaaid, ,maar vandaag konden we gelukkig weer verder. We waren zo blij dat we vol ongeduld op het openen van de sluisdeur wachten en toen die eenmaal open ging vrijwel direct vertrokken. Geen geduld anderhalf uur te wachten tot de stroom zou gaan meelopen. Helemaal geen probleem omdat het zo’n lekker zeilwindje was dat het best wat langer mocht duren. Onze dagen in het bassin Berigny tussen uitsluitend Frans jachtvolk, maakten door hun vriendelijkheid, dat het nog wel leuk was ook. Opvallend was dat vrijwel iedereen hier een kreeftenfuik met bijbehorende drijver en vlag aan boord had liggen en de meerderheid een uitbouw die er zijn mag, buik dus. Nelly was vaak de plaatselijke bezienswaardigheden aan het aflopen waarbij ze zelfs twee keer de klip beklom om de Chapelle Notre Dame de Salut te bezichtigen. Eén keer zou toch genoeg moeten zijn, maar de eerste keer was ze de camera vergeten. Ondertussen bewaakte ik Paladijn. Dat nog niet kunnen vertrekken op de 13e kwam goed uit omdat we nu de 60ste verjaardag van Nel konden vieren met een etentje in een Thais restaurant. Vandaag lekker relaxt gezeild, in de zon naar Le Havre, waar we in de jachthaven een rustig plekje hebben gevonden. Met gratis WIFI ook nog, nou ja gratis. Als je bijna 30 € per nacht betaalt, moet dat kunnen.   

Chapelle de Notre Dame de Salut

Chapelle de Notre Dame de Salut

DSC_0673

Verwaaid!

Vlissingen tot Fécamp

Vlissingen tot Fécamp

We liggen al vanaf maandag de vijfde hier in Fécamp en nog steeds ziet het er niet naar uit dat we, één, twee, drie verder kunnen. Je kan niet op de Navtex kijken of er staan voor dit gebied stormwaarschuwingen op. We hebben de buitenhaven dan ook al verruild voor een plaatsje achter in het bassin Beringy, gevlucht voor het rollen en knerpen van de landvasten in de avant port, waar we van de herrie niet konden slapen. Fécamp is, zo vroeg in het jaar, nog niet berekend op passanten. De WIFI doet het (nog)niet en de wasmachines blijken als je het wasgoed en munten erin hebt gedaan ook niet te werken. OK, hoeslakens, dekbedhoezen en al het andere maar weer terug aan boord en Internetten in het office de tourisme. Gelukkig maken de opklaringen, die er met uitzondering van donderdag toen het de hele dag regende, dat we wat aan site seeing kunnen doen en de was alsnog gedaan krijgen bij een lavamatic in de stad. Een hele operatie trouwens, met drie boordevolle grote tassen op twee vouwfietsjes. Omdat we nu vlak bij een soort boot- sportviswinkel liggen, de uitrusting voor het vissen op open oceaan in orde gebracht en tijd zat voor boekje lezen. Nu maar hopen dat de verwachte weersomslag in de tweede helft van de volgende week er ook werkelijk komt, zodat we Seine Maritime kunnen verruilen voor Eure. Vandaag is daar nog geen sprake van want het regent pijpenstelen en volgens Niton radio is er zuidwest 8 tot 9 beaufort onderweg.

Verwaaid in Fécamp

Verwaaid in Fécamp

Op onze sloffen naar Fécamp

Da’s nou eens lekker zeilen, aan de hoger wal met een windje 3 en de stroom van achteren. Uur na uur schieten we door het water met over de grond een snelheid van ruim 7 en soms een knoopje meer. Geen wonder dat we veel te goed opschieten. Als ik, na wat rekenwerk, tot de conclusie kom dat we, net voor of precies op laag water gaan aankomen, grijpt moeder natuur in. Ze heeft kennelijk meegeluisterd toen ik het Nelly vertelde, trekt de stekker er uit en weg wind. Eerlijk gezegd komt dat als geroepen, die laatste 6 mijl gaan nu niet, in minder dan een uur, maar in een kleine twee uur en we lopen ruim na eb met voldoende water onder de kiel binnen. De weerman verwacht voor de komende dagen niet zo lekker zeilweer als vandaag, dus we zijn hier waarschijnlijk morgen en overmorgen ook nog wel. Gaan we lekker de stad verkennen, maar niet meer naar  dat kerkje boven op de klif. Dat gezwoeg om boven te komen hebben we vorige keer al gedaan.

Op weg naar Fécamp

Op weg naar Fécamp

Wind zat op weg naar Dieppe

 

Door de dichte bewolking was het nog donker toen we om 5.30 uur losmaakten in Boulogne. Geen probleem omdat rondom de binnenhaven de straatverlichting je doet weten waar je bent en eenmaal in de buitenhaven stuur je, zo kort na hoog water, gewoon op het vuur bij de ingang af. Het waait goed wat harder dan verwacht en de zee is hol. Buitengekomen eerst nog, om een beetje in te schommelen, een stukje doorgezet op de motor. Dan het voorzeil gedeeltelijk uitgerold en dan nog een stukje zodat er zeg maar 80% staat en dat vinden we wel genoeg met 6 knopen op de teller. De koers naar Le Treport is echt plat voor de lap en dus het slechtste wat je kan overkomen, dat wordt schaatsen, eerst een tijdje over stuur- dan weer een poosje over bakboord met van die lange klappen waar Irene Wust zo bekend om is. We lopen harder dan verwacht en met ook nog flink wat stroom mee wordt ons doel voor vandaag veel te vroeg benaderd. We twijfelen er aan of naar binnen gaan nu verstandig is, er staat tenslotte behoorlijk wat zee. De slag waarin we zitten leidt, als we hem door zetten, regelrecht op het 10 mijl verderop gelegen Dieppe. Dan zetten we maar door, vinden we allebei.  De toch al ruige zee wordt nog grimmiger als de stroom omgaat en tegen de wind gaat lopen. Dan na 10 uur zeilen liggen we achter de breekwater van Dieppe en hebben, aangekomen in de jachthaven, alle hulp van de havenmeester nodig om de boot veilig afgemeerd te krijgen. Zal wel vermoeidheid zijn, in elk geval hoeven we, na zo’n dag, voorlopig niet meer naar de kermis.  Dieppe is met winden van noord-west, door het noorden naar noord-oost een erg rollerige haven en met de landvasten wat aan de strakke kant, knerpt en piept het zo dat Nelly halverwege de nacht verkast naar de achter hut, omdat ze van de herrie niet kan slapen. Ik ben kennelijk zo moe dat ik overal doorheen pit. Na de gebakken eieren van de volgende morgen gaat Nel shoppen en ik vraag me af waar ze nu weer mee thuiskomt. Ja hoor, het is weer zover. Trots laat ze me een knoert van een, nog levende, krab zien die, later op de dag verwerkt in een rijk gevulde pot nassi belandt. Maar dan is ze nog zeker een uur met een hamer en pin aan de gang , om al het vlees er uit te krijgen. Maar lekker is het!