DE OVERKANT LONKT.

We verlaten de zeer moderne haven van Roscoff en steken de baai van Morlaix over. Rustig draait de motor een tandje bij, omdat de wind het niet alleen af kan. Als we even proberen of we het er al zeilend vanaf kunnen brengen, duikt de snelheid onder de drie knopen en slaat bijna meteen de vismolen alarm. Bingo!!! Drie mooie makrelen in een keer. Hier blijkt maar weer eens dat je bij hoge snelheden niet of nauwelijks wat vangt. Maar nu de buit binnen is, gaat het tandje er weer bij. Met de zeven eilanden aan bakboord en Perros Guirec aan stuurboord gaat het op de ingang van de Jaudy af, waar we een ankerplekje voor de nacht willen zoeken, om morgen al vroeg in open water verder te trekken.

Verse aan boord gerookte makreel.

Verse aan boord gerookte makreel.

Ons doel Geurnsey wordt niet zonder slag of stoot bereikt. Gemeen hoge golven en vlagerige wind maken het vooral in het eerste deel verre van een pleziertochtje, pas voorbij de rotsen van Roche Douvres wordt het wat aangenamer en bij aankomst in Sint Pietersport is het ronduit rustig en windstil. We benutten de rust door super goedkoop onze brandstoftanks te vullen en pas daarna Victoria marina binnen te gaan. WIM, WIM wordt er geroepen vanaf het havenkantoortje bij de ingang. Verdraaid Nel het zijn onze Vlaamse buurtjes van een paar jaar geleden in onze thuishaven, Kamperland.  Dat wordt weer bijpraten en borrelen.

Wat ik nu precies fout heb gedaan weet ik ook niet, maar als we precies op de volgens mijn berekeningen goeie tijd vertrekken, gebeuren er dingen die ik hier niet eerder heb meegemaakt. Eerst worden we weggezet in de richting van het torentje voor Beaucette marina en moet de motor volle bak bij om uit rare draaikolken te komen, vervolgens loopt de stroom veel minder mee dan verwacht en komen we te laat bij Cap de la Hague. Gevolg al maar sterker tegenstroom, die maakt dat we bij wijle nog geen halve knoop over de grond lopen en dan is Cherbourg ver, man, man wat is dat ver! Uren gaan voorbij en de stroom gaat uit eindelijk langzamer en ten slotte helemaal mee lopen.  Gelukkig komen we alsnog voor donker aan in de jachthaven van Cherbourg. Dat fluitje van een cent van mijn voorspelling bleek vandaag een mega tuba. We zijn kennelijk zo geschrokken van dit onverwachte avontuur dat we lekker wat extra daagjes blijven plakken  en genieten van gezelligheid met zeilvrienden en plaatselijke horeca. Ook met het oog op ons verlaten van dit land wordt er een aardig voorraadje van de Franse goodies ingeslagen, Engeland, here we come!

 

Verjaardag op zee.

Op de 5e augustus varen we voor dag en dauw uit. We willen, liefst vandaag al, engels spreken en hebben een zo kort mogelijke koers uitgestippeld naar Chichester. De wind is nog niet helemaal wakker, maar de verwachtingen zijn goed en in de buitenhaven vaart PALADIJN al onder vol tuig op de uitgang langs het oostelijke fort af. Door de deining die hier voor de deur staat klapperen de zeilen nog wat, maar al spoedig komt de zaak in balans. Als de dageraad de lucht in het oosten rood begint te kleuren en niet lang daarna de zon z’n reis naar het westen aanvangt, hebben we de vaart er behoorlijk in. Zo mag het vandaag wel blijven. Gisteren hebben we met wat FB vrienden mijn verjaardag al een beetje gevierd, er waren hapjes, drankjes en zelfs wat cadeautjes maar vandaag is het feest pas echt. Als het land nog maar vaag achter ons te zien is, komt Nelly aanzetten met een kruik Korenwijn, hartelijk gefeliciteerd jochie! Ze moet haast een geheim bergplaatsje aan boord hebben, want deze engelendrank had ik al die maanden dat we onderweg zijn niet gezien. Toch kan dit en de cadeaus van gisteren niet op tegen de 14 uur en 15 minuten heerlijk zeilen van Cherbourg naar Chichester haven, gevolgd door een schitterende zonsondergang, voor anker bij het strandje achter de heads. Het doet me de vele motoruren van deze reis zowat vergeten.

Vier dagen blijven we in dit mooie gebied hangen, waarvan twee in de marina en twee voor anker en mooring. We fietsen weer langs het kanaal en naar Chichester, Appeldram enz. Dat is ouderwets genieten! Dan maken we ons op voor vertrek. Het uitvaren, in tegenstelling tot de aankomst bij laagwater, verloopt op rolletjes. Door de Looe gaat het en dan recht op Beachy Head af. Heel in de verte zien we de toren, die de nieuwe toeristentrekker van Brighton moet worden. We ronden de kaap en niet veel later schutten we in Eastbourne. Meteen de volgende dag al gaan we weer verder,  willen in één keer door naar Ramsgate, maar zijn het net voor Dover zat. Dan daar ook maar een nachtje in de getijdehaven. ’s Morgens praat portcontrol ons via de buitenhaven veilig door de oostelijke doorgang en ronden we de krijtrotsen, dan vlak langs Deal en naar binnen in Ramsgate. Hier wachten we een paar dagen op gunstig tij om de delta te bevaren, eten bij de Thai en drinken een glaasje bij de club. De tocht tussen die, elk jaar in aantal toenemende, windmolens verloopt soepel en het jaarlijkse bezoek aan onze vrienden in Tollesbury is als gebruikelijk reuze gezellig.

Langszij bij FLORAY in de Tollesbury creek

Langszij bij FLORAY in de Tollesbury creek

Dan weer naar een overkant, waarbij het venijn in de staart blijkt te zitten. Eerst de Wallet af in prachtig zeilweer en een bak stroom mee, we zijn dan ook al in één tij ruim voorbij Harwich. Dan begint de wind aan te wakkeren en dwingt ons alles, behalve een half ingedraaide fok, weg te halen. Naarmate het duurt bouwen de golven op tot drie en soms meer meter hoog. We overwegen niet Blankenberge maar Zeebrugge aan te lopen, met de bredere maar vooral diepere ingang. Het wordt uiteindelijk toch Blankenberge, om eerlijk te zijn met billenknijpen als de dieptemeter beneden de twee meter aangeeft. Het lukt en we vinden een plekje bij de Vrije Noordzee Zeilers. Als bij toverslag begint de barometer te stijgen als een gek. Tropische dagen breken aan en binnen in de boot loopt het kwik op tot meer dan 30 graden Celcius. Gelukkig zijn er in Blankenberge terrasjes genoeg, waar je uit de zon met een pintje kunt genieten van een zomerse periode. En nu, nu zijn we weer thuis in Kamperland. Lekker gezeild naar Vlissingen en met alle medewerking van de brugbediening net voor donker terug op het Veerse Meer. Na een nachtje voor anker bij de Mosselplaat, na drie maanden weer eens in ons bedje aan de wal.

Heenreis witte en retour rode lijn.

Heenreis witte en retour rode lijn.

 

                     

 

FF OM DE HOEK GLUREN.

Het voelt wel zo, als je de zuidelijke uitgang van het kanaal du Four uitkomt en op Camaret af stevent. Hoe anders is het als op veilige afstand van het land de beruchte Golf van Biscaye oversteken, ver van gevaarlijk uitziende rotsen en onverwacht sterke stromen. Je moet er toch niet aan denken, dit zonder de hulp van de kaartplotter te moeten doen. Toch is het nog niet erg lang geleden dat  er hier, zonder hulp van satellieten gewoon druk gevaren werd. De twee keer dat ik naar La Coruna  overstak, heb ik er wel voor gezorgd geen land in zicht te krijgen en dan mis je wel wat. Het is hier wel erg mooi! Maar eng blijft het, met brekers op de rotsen waar je in water van 20 meter diepte langsheen schuift. Lijkt het nu zo of gaan we er, ondanks dat we er van weg sturen, toch recht op af. Die vermaledijde stromen hier bezorgen je kippenvel. Gelukkig zijn er hele stukken waar je lekker ontspannen kunt varen en zijn alleen de plaatsen waar je ergens tussendoor vaart het moeilijkst.

We vertrekken uit Camaret

We vertrekken uit Camaret

Na het weekje Camaret varen we naar Loctudy. Een gezellige haven en een mooi stadje. We worden onderweg hierheen wel even met de neus op de feiten gedrukt, als blijkt dat de stoom in de Raz De Sein veel sterker is dan we verwachten. En het is toch potverdikke nog lang geen spring! We leren het nog wel eens! Vier zeemijl is een eind, als je gemiddeld over de grond twee knopen voortgang boekt.

Loctudy, een echte aanrader

Loctudy, een echte aanrader

De volgende halte is Ile de Groix, een klein eiland voor de ingang van de zeehaven Lorient. Hier willen we een paar dagen blijven. Berichten van het thuisfront hebben ons doen besluiten van hieruit naar het noorden te trekken, op huis aan. We monteren het beeldmateriaal dat we op weg hierheen schoten, met één camera net onder het wateroppervlak en een andere vanaf het voordek. Het resultaat staat ondertussen op Utube.

Op de terugweg naar Loctudy vergapen we ons, vlak voor we binnenlopen in de haven, aan vier startvelden optimisten. Het moeten er zeker honderden zijn, die hier aanstonds gaan strijden om het een of andere kampioenschap. We vinden een goed plekje aan de passantensteiger en genieten opnieuw een poosje in deze regelrechte aanrader. Dankbaar maken we gebruik van de gratis uitleenfietsen die de haven beschikbaar stelt. Handig voor de boodschappen en het verkennen van dit oord.

Optimisten strijden om het kampioenschap

Optimisten strijden om het kampioenschap

Om zo goed mogelijk gebruik te maken van het tij, het verhaal van die ezel en die steen, weet je, lassen we een éénnacht stop in Audierne in, op zo’n 10 mijl van de Raz De Sein. Van daaruit is goed te timen, direct bij het omgaan van de stroom voor de deur klaar te liggen en er dan als een speer  doorheen te vliegen. Dit lukt zo verdraaid goed, dat we de stop in Camaret schrappen en meteen doorzetten naar Chenal du Four. Dat is nog eens een ruk. Met snelheden tot wel in de dubbele cijfers schieten de rotsen voorbij en lopen we eerder dan we dachten binnen in het ons zo vertrouwde L’Aber Wrac’H. Nu eerst maar eens tot rust komen, hoewel de bezoekjes aan de markt, de super in Landéda boven op de berg en het fietstochtje waar Nelly me toe aanzet richting L’Aber Benoit, trekken een zware wissel op mijn conditie. Veel wordt goedgemaakt door het heerlijke etentje in ons favoriete eethuisje ter plaatse.

Het ons zo vertrouwde L'Aber Wrac'H

Het ons zo vertrouwde L’Aber Wrac’H

Over het stuk terug naar Roscoff valt niet veel meer te zeggen, dan dat het een droevige ervaring was. De tot vrijwel de doorvaart bij Ile de Batz aanhoudende druilerige regen, de wind die ver achterblijft  bij de voorspelling en een zee die onevenredig hol staat. Het begon al bij het afsnijden van de bocht tussen de rotsen door. Het slechte zicht, de brekers op de rotsen net naast de boot en het alles overstemmende bulderende water. Echt een kolfje naar de hand van Alfred Hitchcock, die zou hier wel wat van weten te maken. Maar de was is gedraaid, Nelly is al voor haar tweede trip met de gratis toeristenbus naar de supermarkt en morgen trekken we verder.   

Door de miezerregen naar Roscoff

Door de miezerregen naar Roscoff

Heenreis is de witte lijn en terugreis de rode lijn.

Heenreis is de witte lijn en terugreis de rode.

Heenreis wit en terugreis rode lijn.

             

KEIEN, Keien en nog eens keien!

Keien, keien en nog eens keien!

Keien, keien en nog eens keien!

In alle maten en vormen overheersen keien de kusten van Bretagne. Het verhaal gaat dat de lieve Heer, toen hij klaar was met het scheppen van de aarde,  nog behoorlijk wat keien over had en ze toen maar rondom het schiereiland   Finistere in zee heeft geknikkerd. Een schone opruiming, welke door de jaren heen de navigators, die deze wateren bevoeren, tot wanhoop leidde! 

Fiets ophalen bij hoog water.

Fiets ophalen bij hoog water.

Bijna twee weken hebben wij geen last van die keien en zijn onze enige hindernissen het bij laag water beklimmen van de brug, die de steiger met de wal  verbindt. Dan worden er eindelijk een paar rustig weer dagen verwacht, met wind uit meer noordelijke richting. Nou ja wind? Dat wordt dus de hele dag luisteren naar het vredig snorren van de motor. Samen met een goeie timing, die maakt dat de hele trip de stroom ons een handje helpt, bereiken we al vroeg in de middag de zeer moderne jachthaven van Roscoff.  De druilerige regen van de laatste paar uur maakt dat we pas kort voor we naar binnen varen de haven kunnen zien. Weer bewijst de kaartplotter zijn geweldige nut. Dat is met de vislijn een ander verhaal, daar hoeven we vandaag niet over op te scheppen.

Kanaal langs Ile de Batz

Kanaal langs Ile de Batz

Omdat er verwacht wordt dat er over twee dagen wat meer wind komt, die bovendien ook nog uit de goeie richting moet gaan blazen, blijven we een dagje extra. Ik maak hier dankbaar gebruik van, want het persoonlijk onderhoud is wat achterstallig, wegens mijn afkeer van de trek maar aan het touwtje douches van Treguier. 6 juli gaan rond 9.00 uur de trossen los en sturen we op de ingang van het kanaal tussen Roscoff en Ile de Batz af.  Met hoog water en de stroom mee, is de passage een fluitje van een cent. Dan op eerbiedige afstand van de keien, varen we op de drie Abers af. We hebben nu al zo vaak gehoord dat de middelste de mooiste moet zijn en gaan bij het merkteken, vanwaar nog te kiezen is, op l`Aber Benoit af. Wat een goede keus blijkt, als we aan één van de vele vrije mooringen hebben vastgemaakt en om ons heen kijken. Wat is het hier ontzettend mooi! Toch gaan we er de volgende dag alweer vandoor. Met al die horror stories in m’n achterhoofd over het Chenal du Four, wil ik de verwachte windstilte benutten om stilletjes tussen de meest westelijke punt van Frankrijk en het eiland Ouessant door te glippen.

l`Aber Bernoit

l`Aber Bernoit

Dat ik daar zo tegenop heb gezien. Ik bedoel het Chenal du Four, het moet hier bij harde wind tegen  stroom een hel zijn. Wij varen er door zonder wind, met half tij over een spiegel glad zeetje, waarop slechts nu en dan een wat vreemde tekening op het wateroppervlak laat zien dat er echt wel wat stroom meeloopt.   

Chenal du Four

Chenal du Four

Als we het kanaal uit komen worden we begroet door twee dolfijnen, die het echter al snel voor gezien houden. Voor ons ligt, nog wat vaag, ons einddoel voor vandaag. De stroom is ondertussen tegen gaan lopen en maakt dat we zo’n twee uur doen over het laatste stukje naar Camaret. Er is hier van alles te doen in de aanloop naar de 14e juli, het weer is knudde en als je een week blijft krijg je hier een forse korting op de havengelden. Moesten we maar doen, dat weekje bedoel ik!  

Weekje Camaret, niet gek toch!

Weekje Camaret, niet gek toch!

Van Treguier naar Camaret.

Van Treguier naar Camaret.

 

PAS OP DE PLAATS

In Cherbourg hebben we het erg naar onze zin en besluiten daarom van de regeling, week blijven, vijf dagen betalen, gebruik te maken. Dit geeft ons ruim de tijd om, nu de eerste 50 motoruren er bijna op zitten, de olie te verversen en een nieuw oliefilter te monteren. Ook kijken we hoe de oplossing voor de loslopende poelie van de alternator zich gehouden heeft. Hiervoor hadden we, in Boulogne in hetzelfde werkplaatsje waar we vorig jaar motorolie kochten, een paar vulringen op de kop getikt. De man die ons hielp had kennelijk geen zin voor die paar centen een factuur uit te schrijven en wuift ons, als we willen afrekenen, de deur uit. De noodreparatie blijkt zich na zo’n 28  motoruren goed gehouden te hebben, waarmee ik erg in mijn nopjes ben. Het had zo maar anders kunnen zijn.

Met een vulring loopt de poelie niet meer los.

Met een vulring loopt de poelie niet meer los.

Zonder dat er sprake is van een gewonnen prijs of zo iets dergelijks, kenmerkt dit bezoek aan Cherbourg zich door de, zowat dagelijkse,  groter als normale uitgaven. Niet overbodig of zo maar toch? Nelly vindt water in de bilge, dat na grondig onderzoek blijkt uit de waterdrukpomp te komen. Pogingen dit te verhelpen falen, het wordt alleen maar erger. Dat wordt een nieuwe Jabsco, kassa. Dan komt Jean aanlopen in een gloednieuwe multifunctionele bodywarmer waarmee je blijft drijven, en binnenstebuiten gedragen is hij fel oranje, waardoor je vindbaar bent. We raken overtuigd en Nelly gaat op weg met de bus naar de tien kilometer verderop gelegen Decathlon sportwinkel. Nu hadden we gisteren al een nieuwe fleece voor mij aangeschaft, omdat Nelly vond dat ik voor schut liep in dat oude verschoten kreng (ik citeer), maar hij zat nog best wel warm. Samen met nog wat kleine zaken die we maar niet bij naam noemen, een voor ons doen duur weekje.    

Zie me trots zijn op m'n bodywarmer!

Zie me trots zijn op m’n bodywarmer!

Onvermijdelijk breekt de dag aan waarop we verder willen trekken. Eerst door de buitenhaven, waar we reikhalzend uitkijken naar de dolfijnen, die ons de afgelopen jaren trouw kwamen begroeten. Helaas laten ze zich dit keer niet zien. We varen op de motor dicht onder het walletje tot nabij Cap de la Hague. Hier zetten we het voorzeil en motorzeilen, zo hoog mogelijk, in een lange slag tot nabij de scheepvaartroute. Daar gaan we opnieuw door de wind, voor een slag waarin we op een haar na voor de haveningang uit komen. Nog twee korte slagen en we lopen naar binnen, in een zo goed als lege haven van Alderney. Nooit eerder konden we hier uit zoveel vrije mooringen kiezen. Dankbaar voor deze luxe zetten we door tot helemaal achterin de haven en maken vast aan mooring 2. Beter beschut kan je het hier niet hebben.

Alderney

Alderney

Zodra we de boot op orde hebben en het douane formulier ingevuld, wenken we de taxiboot, die lang niet vol, langs komt. We melden ons op het havenkantoor en gaan in het clubhuis, met de daar aanwezige voortreffelijke WIFI verbinding de weersverwachting bekijken.  Ons aanvankelijk plan om hier een paar dagen te blijven, moet op de helling. Morgen wordt er prima zeilweer verwacht en ook de timing voor het stroom gebeuren valt gunstig uit. Dan maar afrekenen bij de havenmeester, de helling op naar het dorp St. Anne voor brood en melk, langs het voetpad weer naar Braye. Waar we nog even in de club kijken of er nieuws is op FaceBook en terug aan boord.   

Victoria dok Guernsey.

Victoria dok Guernsey.

Het wordt een heerlijke zeiltocht van Alderney naar Guernsey, alleen in de doorgang langs de Casquettes en later tussen Herm en Guernsey sleurt de stoom ons voort en net als we willen gaan aftuigen steekt er een harde wind op die ons komt plagen. Niet veel later worden we gepraaid  door een bootje met de havenmeester en verwezen naar een plaatsje aan het wachtponton. Uren later, omdat we zo vlot gezeild hebben met stroom mee, worden we naar binnengeloodst. Nog even zit het tegen omdat de Franse boot die tegen ons is afgemeerd verlaten is, maar ook hier word een mouw aangepast.     

Drie dagen  hangen we rond in Sint Pieter Port, wandelen  wat, shoppen wat en kijken uit naar een weatherwindow. De weersverwachting ziet er hopeloos uit, met dag in dag uit wind uit het zuidwesten en veelal harder dan ons lief is. Dan komt er een dag waar we naar uit gekeken hebben. Weliswaar verwachten de meteorologen zo goed als geen wind uit west tot zuidwest, maar met zo’n mooie nieuwe motor mag dat geen probleem zijn. Ook is het water ’s morgens al hoog genoeg om ruim voor dat het drijvende tankstation open gaat, naar buiten te kunnen.

Hooguit een kilometer zicht.

Hooguit een kilometer zicht.

21 juni om omstreeks acht uur MET zijn we klaar met tanken en maken los, lopen de haven van St Peter Port uit en gaan op St. Martin’s Pnt af. Droevig schalt de misthoorn een waarschuwing over het water. Het zicht is slecht maar toch altijd wel een halve mijl. Er staat een lange deining van soms wel meer dan een meter hoog, verder is de zee spiegelglad. Ruim over de helft van de trip van ca. 50 zeemijlen, we zijn dan al voorbij de Roches Douvres, begint het wat te waaien. Helaas recht op de neus. De wieldrive riem van de stuurautomaat die nu wat harder moet werken begint vreemde geluiden te maken. Dan volgt een luide klap en raakt het schip van koers. Snel schakelen we de stuurautomaat op Standby en sturen de laatste uren van deze trip op de hand. De stroom is ondertussen tegen gaan lopen en tergend langzaam gaan we op de Basse Crublent boei af, daar draaien we de vaargeul van de rivier Jaudy in. Het is wassend water en we maken weer vaart over de grond. Verder naar binnen komen twee dolfijnen ons begroeten, ze zwemmen een poosje met ons op en gaan dan weer hun’s weegs. Het lijkt er warempel op dat de dolfijn van Treguier een maatje heeft gevonden!

In de marina vanTreguier

In de marina vanTreguier

Meteen de eerste dag al in dit prachtige oord monteer ik een nieuwe riem en bestellen we een reserve exemplaar bij de bootshop in de marina. Drie dagen levertijd is al uitgelopen tot vier en nu is de verwachting dat dit, met het weekeinde er tussenin, minimaal gaat uitlopen tot zes dagen. Maar de verwachte krachtig tot zeer krachtige wind die ook hardnekkig van de verkeerde kant blijft komen, maakt dat de pas op de plaats, zelfs als de riem er is nog wat kan voortduren. Goed dat dit hier gebeurd. Een wat langer verblijf in een stadje als Treguier kan je onmogelijk als een straf zien!  

Cherbourg tot Treguier

Cherbourg tot Treguier

  

 

 

TOCH WEER NAAR HET ZUIDEN.

Ongeduldig geworden, vertrekken we wat vroeger uit Kamperland dan we van plan waren en dat is maar goed ook.  Er zijn onderwater werkzaamheden gaande waardoor het schutten in Veere langer duurt dan normaal. Nu komen we ruim op tijd aan in Middelburg en gaan om 12.19 uur mee in de tweede blauwe golf van vandaag. Samen met nog wat jachten en een heuse stoomboot uit Engeland, had zomaar uit Spanje kunnen zijn.

Blauwe golf, kanaal door Walcheren

Blauwe golf, kanaal door Walcheren

Kort na hoogwater nemen we de laatste hindernis, de keersluisbrug, van het kanaal door Walcheren en kunnen al snel door de zeesluis. We zijn, de eerste keer dit jaar, weer buiten. De zeilen worden gehesen en Paladijn ligt al snel op één oor. Dat valt mee er staat best wel lekker wat wind. Jammer genoeg laat de zon zich vandaag niet zien en het zicht is matig. Net genoeg om de werken aan de nieuwe jachthaven van Cadzand en wat later een in nevelen gehuld Knokke-Heist te kunnen waarnemen. Voor de ingang van de haven van Zeebrugge moeten we nog wel even uitwijken voor een uitkomend zeeschip. Overigens de enige confrontatie met de beroepsvaart op deze trip, al de anderen schepen schoven voor of achter ons langs. In maar net drie en een half uur varen op zee, liggen we voor de deur van Blankenberge. Nog wat voorzichtig, die geruchten over beperkte diepte weet je wel, sturen we naar een onbezette passantenplaats bij de Vrije Noordzee Zeilers in de oude haven. Het plan om dit jaar eerst naar het noorden te koersen hebben we uitgesteld tot later dit jaar. De verwachte ruim een week noordelijke winden spreken voor zich!

Afgemeerd bij de VNZ in Blankenberge.

Afgemeerd bij de VNZ in Blankenberge.

Ons boekenwinkeltje is open

Ons boekenwinkeltje is open

Zo, we zijn al weer wat verderop, ons boekenwinkeltje is open en het loopt al aardig. De Belgse gastenvlag heeft paatsgemaakt voor de France tricolore en we hebben kennis gemaakt met het dikke water van Gravelines.

Diep in de prut.

Diep in de prut.

Modder die zo dun is dat je er rechtstandig in zakt. We zijn nu in het vertrouwde Boulogne waar we een paar dagen willen blijven hangen.

Boulogne sur mer

Boulogne sur mer

De laatste avond in een zonovergoten Boulogne. De havenmeester is betaald en de wekker staat op 5.00 uur. Het plan is naar het 40 zeemijlen verderop gelegen Le Treport te varen. Een echte ouderwetse haven waar havengeldbonnetjes nog met de hand worden geschreven en WIFI helemaal niet bestaat. Dat wil zeggen in de jachthaven, Als er wat te melden is, kan dat op het toeristenbureau, dus misschien verdwijnen we niet helemaal uit het beeld!

Met ons op PALADIJN weet je werkelijk nooit waar je aan toe bent. We maken plannen, maar als puntje bij paaltje komt doen we toch weer wat anders. Dus helemaal geen Le Treport maar Dieppe en dan, de volgende dag Fecamp. Nu praten we er over om van daaruit in een klap door te varen naar Cherbourg, maar of dit gebeurd? De tijd zal het leren!!!

Namiddag in Dieppe

Namiddag in Dieppe

11 juni beginnen we om zeven uur in de morgen aan de net geen 80 zeemijlen van Fecamp naar Cherbourg. Het einde van de middag nadert en al vaag komt de toren op punt Barfleur in zicht. Nelly is binnen bezig een omelet te bakken. Nu lukt het heel houden hiervan thuis in de keuken al moeilijk, op een rollende boot is dit schier onmogelijk.  Dus we eten “ROMMELET.”

????????????????????????????????????

ROMMELET nabij punt Barfleur.

Ruim voor de zon is onder gegaan liggen we afgemeerd in Port Chantereyne in Cherbourg.

Van Kamperland naar Cherbourg

Van Kamperland naar Cherbourg

 

 

PALADIJN DRIJFT WEER.

Dit keer echter heeft de hoeveelheid inspanning om dit te bereiken waarschijnlijk alle voorgaande tewaterlatingen overtroffen. Hoewel die keer dat we een schip afbouwden in Auckland en het kaal maken van de romp ter voorbereiding van de coppercoat behandeling van vier jaar geleden ook geen kattenpis waren. Kennelijk vervagen de herinneringen aan monster klussen met de jaren.

Na 32 jaar verlaat de VOLVO PENTA motor het schip.

Na 32 jaar verlaat de VOLVO PENTA motor het schip.

Het afgelopen voorjaar uitbouwen en afvoeren van de oude motor en het pasmaken en monteren van de nieuwe machine liggen zo vers in het geheugen, dat ik als het ware de spierpijn en schaafwonden  nog kan voelen. Maar de klus is geklaard en PALADIJN ligt alweer te dobberen. Je zult zien dat we, als we er over een jaar op terugkijken, het waarschijnlijk een fluitje van een cent zullen noemen. Zelfs nu al begint het te kriebelen, als we het hebben over wat er, zo het meezit, in 2016 zal worden meegemaakt!    

          

HET VARKENTJE IS BIJNA GEWASSEN.

Het varkentje is, wat de stroompjes betreft zo goed als gewassen. Er zijn nu nog slechts zes draadjes die zwerven, twee hiervan verdenk ik er van helemaal nergens toe te leiden. Dan nog twee die, als het brandstof systeem aan de beurt is, aan de sensor van de brandstof nivometer komen te hangen. De twee die dan nog over zijn zitten aan de voltmeter die komt te vervallen, deze moet plaats maken voor een slimmer dingetje om voltjes en amperetjes in de gaten te houden. Om verwarring, zoals bij de doodlopende eerste twee, te voorkomen, trekken we deze er maar helemaal uit.

Een dagje huisvlijt

Een dagje huisvlijt

Het ziet er vertrouwen wekkend uit en omdat we het zelf hebben geïnstalleerd zullen we, mochten er zich ooit problemen voor doen, geen kat in een vreemd pakhuis zijn. Maar leuker is de keerzijde van dat hele draadjes gedoe. De kant die we, als we varen, veel vaker zullen zien en gebruiken. Hier ben ik trots op en ik zal me moeten inhouden om niet te pas en te onpas mensen lastig te vallen om hiermee te pronken!

Om trots op te zijn.

Om trots op te zijn.

 

ALS DAT MAAR GOED KOMT.

Hoewel PALADIJN nog steeds maar nauwelijks te bereiken is, is er toch al wat voortgang te bespeuren in het vervangen van de 23 PK Volvo door de in de krat geduldig op zijn beurt wachtende Timray 27 PK.

Kruip door sluip door.

Kruip door sluip door.

Het begon allemaal met het demonteren van het Volvo bedieningspaneel en het loskoppelen en merken van de bedrading van het oude Vetus schakelpaneel. Ook de hier en daar ingebouwde metertjes moeten los. Dan kan ik met de decoupeerzaag aan de slag. Al snel heeft de gatenkaas in het schot aan bakboord van de kajuitingang plaatsgemaakt voor een groot, min of meer rechthoekig gat. Daarachter, nu goed zichtbaar, ligt een indrukwekkende bundel draden die straks allemaal weer ergens aan vast moeten zitten. De schrik slaat me om het hart, als dat maar goed komt!

De schrik slaat me om het hart.

De schrik slaat me om het hart.

Maar ondertussen is er thuis ook wel wat gebeurd. We hebben nog een paar vierkante meter over van het, jaren geleden, in de woonkamer gelegde licht eiken parket. Na heel wat lijmen, meten, zagen, boren en frasen ligt er een paneel klaar om aan boord te gaan passen. Het past perfect en de materiaal- en kleur match mag er wezen, vinden wij. Dat biedt hoop voor het vervolg. Straks als de twee zesdelige ASA  schakelpaneeltjes en het nieuwe Timray motor bedieningspaneel er in zitten, zal niemand meer zien dat het niet altijd al zo geweest is.

Dit biedt hoop voor de toekomst.

Dit biedt hoop voor de toekomst.

MISSCHIEN DIT JAAR?

Er over uitgepraat raakt hij niet, die Nederlander naast ons. Het gaat over zijn thuishaven en de omgeving daarvan. Vannes en de golf van Morbihan. Met het plan ook nog, zij het kort, naar onze vrienden in Tollesbury te gaan, wordt het dan wel haasten en dat is nu precies hetgeen we van plan zijn nooit meer te doen. Toch, als we bij het vertrek uit Victoria dok op Guernsey gaan tanken, nog vlug even naar boven om te kijken of ze de kaart van het geprezen gebied in voorraad hebben. Ja hoor, zo dicht bij zuid Bretagne ligt de C39 gewoon op de plank. Dan al, het is ten slotte pas eind juli, zetten we met de aankoop van een kaart de eerste stap in de richting van een mogelijke bestemming voor 2016.

De kaart hebben we al.

De kaart hebben we al.

We bevinden ons weliswaar nog maar in het deel van het jaar waarin plannen worden gesmeed maar toch, je kan niet weten. Voorlopig doen we ’t met grondig het beoogde gebied op Google maps te bestuderen en de bijbehorende voorpret. Wat maakt het ook uit, waar deze zomer ons brengt. Opnieuw zal het een paar maanden aan boord van PALADIJN wonen, maken dat we beseffen wat een bofkonten we zijn.

2016 IS BEGONNEN EN WIJ OOK!

Begint het alweer te kriebelen Wim, zegt Ab, de landbouwmechanieker die op z’n erf zomaar wat aan het rondscharrelen is, als ik kom aanrijden. In zijn schuur staat PALADIJN, stilletjes in het pikdonker, als het ware in een winterslaap. Ik kom zomaar even kijken hoe ze het maakt. Er valt zat te doen. Veruit het grootste project van 2016 is het afkoppelen van de 32 jaar oude Volvo Penta 23 PK, het ophijsen en instaleren van een piksplinter nieuwe Timray drie cilinder machine van maar liefst 27 PK. Dit moet echter nog wat wachten. Voorlopig kunnen we hier niet aan beginnen, omdat de in de schuur overwinterende jachten zo dicht op elkaar staan, dat de heftruck die het tilwerk moet doen niet in de buurt van PALADIJN kan komen. Dan zullen er eerst wel wat boten naar buiten moeten. Ondertussen heb ik niet stilgezeten. Volgens plan zijn er allerlei zaken ingekocht en staan er op zolder dozen vol spullen te wachten, om aan boord te worden gebracht.

 

Timray TDM27di

Timray TDM27di

Omdat de nieuwe motor aan de bestaande saildrive wordt gemonteerd, is deze grondig onderhanden genomen. Met de aanwijzingen uit www.dieseldokter.nl Project: revisie saildrive S110 is deze weer als nieuw. Alle afdichtingen zijn vernieuwd, de klemring voor de rubber balg is gestraald- gecoat en klaar om straks de nieuwe balg aan te drukken. De drie jaar oude klapschroef is gepolijst en niet van nieuw te onderscheiden.

 

GORI klapschroef

GORI klapschroef

Verder is de, al jaren een doorn in het oog zijnde, brandstof niveau meting onderhanden genomen. De sprayhood, waarvan de zon de stiksels heeft opgegeten, is helemaal opnieuw gestikt en voor het frame liggen nieuwe verbindingsstukken klaar. Kortom, als er nu eerst maar weer wat ruimte komt in de schuur, zal het niet lang meer duren of PALADIJN ligt weer te dobberen. Zonder vaste ligplaats dit jaar, omdat we van plan zijn meer dan de helft van het vaarseizoen onderweg te zijn en dan is voor twee plekken per dag betalen niets voor ons zunige Zeeuwen.